Dispensationalisme

Het woord dispensationalisme is afgeleid van het Engelse "dispensations". In goed Nederlands wordt het ook wel de 'bedelingenleer' genoemd. De 'bedelingenleer' is een schematische indeling van de Bijbel, op grond van de gedachte dat God in bepaalde perioden op bepaalde manieren met de mens handelt.

Over het algemeen wordt uitgegaan van zeven bedelingen of perioden.

Oorsprong

Uit de vroege kerkgeschiedenis is het duidelijk dat ondermeer Justinus, Iranaeus, Clemens van Alexandrië en zelfs Augustinus geloofden en beleden dat God in diverse perioden (bedelingen) handelde met mensen op een unieke manier. Ryrie schrijft in zijn boek "The Moody Handbook of Theology" hier onder andere over. Wel voegt hij hier aan toe: "We willen niet de suggestie wekken dat de vroege kerkvaders dispensationalisten waren en terecht wordt geconstateerd dat zij [niet meer dan] een primitieve vorm van dispensationalistische concepten leerden".

John Nelson Darby en Scofield zijn vaak "de" namen die vallen omdat zij de bekendste leraren waren op dit gebied. Maar reeds vóór Darby onderwezen anderen de "bedelingen", zoals bijvoorbeeld

  • Pierre Poiret (1646-1719)
  • John Edwards (1637-1716)
  • Isaac Watts (1674-1748)

Darby en -met name- Scofield echter wisten de leer onder de aandacht te brengen van 'het grote publiek'. Darby wordt echter vaak gezien als de grondlegger van het "moderne dispensationalisme" omdat hij als eerste het systematisch en geordend op schrift stelde.

Aantal bedelingen

De meest eenvoudige bedelingenleer onderscheid 3 bedelingen:

1. de bedeling of heerschappij van de Wet (= verleden);
2. de bedeling of heerschappij van de Genade (= heden);
3. de bedeling van het Messiaanse Koninkrijk (= toekomst).

De bedelingenleer die het meest gangbaar is kent zeven bedelingen of tijden. Deze bedelingen zijn (zie ook verder):

1. Onschuld - van schepping tot Zondeval;
2. Geweten - van Zondeval tot Zondvloed;
3. Menselijk bestuur - van Zondvloed tot spraakverwarring in Babel (Noachitische wet);
4. Belofte - van de Roeping van Abraham (direct na spraakverwarring) tot de Wet;
5. Wet - van de instelling van de Wet, op de Sinaï, tot de dood van Christus;
6. Genade - van de opstanding tot de wederkomst van Christus;
7. Het Messiaanse Vrederijk of Duizendjarige rijk - van Wederkomst tot het laatste oordeel.

Uitwerking

Een korte uitwerking van de klassieke dispensationalistische opvattingen of bedelingenleer volgt onderstaand.

1e BEDELING VAN DE ONSCHULD.

Deze bedeling begon bij de schepping van Adam en eindigde bij de verdrijving van de mens uit de Hof van Eden. De gevolgen van de zondeval van de mens onder deze bedeling zijn rampzalig en universeel voor de mensheid:

1. De toestand van de mens bij het begin - Genesis 1:26-29:
2. Zijn verantwoordelijkheid - Genesis 2: 16-17:
3. Zijn val - Genesis 3:6:
4. Het oordeel - Genesis 3:24:
5. De gevolgen Genesis 3: 14- 19 & Romeinen 5:12, 18 en 19:

2e BEDELING VAN HET GEWETEN.

Deze bedeling begon bij de zondvloed. Door de zondeval verkregen Adam en Eva, en door hen de gehele mensheid, kennis van goed en kwaad, of een natuurlijk geweten. Als gevolg daarvan werd de mensheid geplaatst onder de verantwoordelijkheid om het goede te doen en het kwade na te laten.

1. De toestand van de mens bij het begin - Genesis 3:22:
2. Zijn verantwoordelijkheid - Genesis 4:7:
3. Zijn val Genesis 6:5, 11 en 12:
4. Het oordeel - Genesis 7: 11, 12 en 23:

3e BEDELING: MENSELIJKE HEERSCHAPPIJ.

Uit het oordeel van de zondvloed, waarmee de bedeling van het geweten werd afgesloten, redde God acht personen, aan wie Hij de gereinigde aarde toevertrouwde om over haar te heersen. Deze bedeling begon bij het eind van de zondvloed en eindigde bij de spraakverwarring van Babel.

1. De toestand van de mens bij het begin - Genesis 7:1 & Hebreën 11:7:
2. Zijn verantwoordelijkheid - Genesis 9:1-6:
3. Zijn val - Genesis 11:1-4:
4. Het oordeel - Genesis 11:5-8:

4e BEDELING VAN DE BELOFTE.

Uit de verstrooide afstammelingen van de torenbouwers van Babel riep God één man, Abram, met wie Hij een verbond sloot. Hij beloofde Abram onvoorwaardelijk:

  • Een land;
  • Natuurlijk aards zaad;
  • Een geestelijk of hemels zaad.

Andere beloften waren voorwaardelijk en afhankelijk van getrouwheid en gehoorzaamheid. Deze bedeling begon bij de roeping van Abram uit Ur der Chaldeeën en eindigde bij de wetgeving op Sinaï.

1. De toestand van de mens bij het begin - Genesis 12:1-3; 13:14-17; 15:5:
2. Zijn verantwoordelijkheid - Genesis 26:2-3:
3. Zijn val - Genesis 47:1:
4. Het oordeel - Exodus 1:8-14:

5e BEDELING VAN DE WET.

Deze bedeling begon bij Sinaï en eindigde bij Golgotha; zij strekte zich dus uit van de exodus tot aan het kruis. God bezocht Zijn verdrukt volk in genade en verloste hen uit de slavernij van Egypte. Op Sinaï bood Hij de wet aan, maar niet zonder hen eerst herinnerd te hebben aan de wonderbare genade van hun bevrijding. Inplaats van God ootmoedig te smeken om op basis van genade Zijn bemoeienissen met hen voort te zetten, riepen zij in onbeschaamde zelfoverschatting uit: “Al wat de Here gesproken heeft, zullen wij doen”. De geschiedenis van Israël in de woestijn en in het land Kanaän is één lang verhaal van voortdurende en schandelijke wetsovertreding. Na herhaalde waarschuwingen eindigde God tenslotte de beproeving van de mens door de wet met oordeel, en werden eerst Israël (de tien stammen), en daarna Juda (de twee stammen) uit het land verdreven in verstrooiing en ballingschap, die in wezen nu nog voortduurt. Een klein overblijfsel keerde weer terug onder Ezra en Nehemia uit het welk in de volheid des tijds Christus geboren werd, “geboren uit een vrouw - geworden onder de wet”. Zowel Joden als heidenen hebben hem aan het kruis genageld. Gedurende deze bedeling werd het gehele Oude Testament geschreven, dat ook vanaf Exodus 19 tot het einde wettisch van inslag is en in de eerste plaats van toepassing is op de Joden.

1. De toestand van de mens in het begin - Exodus 19:1-4:
2. Zijn verantwoordelijkheid - Exodus 19:5-6; Romeinen 10:5:
3. Zijn val - 2 Koningen 17:7-19; Handelingen 2:22-23.
4. Het oordeel - 2 Koningen 17:1-6; 25:1-11; Lucas 21:20-24:

6e BEDELING VAN DE GENADE.

De offerdood van de Here Jezus Christus betekende de inleiding van de bedeling van genade - dit betekent: onverdiende gunst. Inplaats van gerechtigheid te eisen, zoals onder de wet, geeft God de mens gerechtigheid. Volmaakte en eeuwige zaligheid worden nu “om niet” aangeboden aan Jood en heiden op de enige voorwaarde van geloof. Het gehele Nieuwe testament werd geschreven in de eerste jaren van deze bedeling. De vier Evangeliën, die handelen over het leven en de leer van Christus, verbinden de bedeling van de wet met de bedeling van de genade. Het voorspelde resultaat van deze beproeving van de mens onder de genade, is het oordeel over de ongelovige wereld en over een afvallig Christendom.

1. De toestand van de mens in het begin - Mattheüs 18:11; Romeinen 3: 19-23:
2. Zijn verantwoordelijkheid - Johannes 1: 11-13; 3:36:
3. Zijn voorspelde val - Lucas 19:12-14; 18:8; Mattheüs 24: 37-39:
4. Het oordeel - 2 Thessalonicenzen 2:7-12:

7e BEDELING VAN HET KONINKRIJK.

Na de reinigende oordelen, die gepaard gaan met de persoonlijke wederkomst van Christus op aarde, zal Hij heersen over het herstelde Israël en over de gehele wereld gedurende duizend jaren. Dit is de periode van het Messiaanse vrederijk. De zetel van Zijn regering zal Jeruzalem zijn en de heiligen van deze bedeling zullen met Hem heersen. Handelingen 15:14-17; Openbaring 19:11-21; 20:1-6; Jesaja 11: Maar als satan “een kleine tijd gebonden wordt”, zal hij ontdekken, dat het natuurlijke hart nog evenzeer geneigd is tot kwaad als voorheen; daarom zal hij de volkeren vergaderen om te strijden tegen de Here en Zijn heiligen. Deze laatste bedeling zal dan ook weer - evenals de voorgaande - eindigen in oordeel. De “Grote Witte troon” zal worden opgericht en de goddeloze doden zullen worden opgewekt in de tweede opstanding om uiteindelijk geoordeeld te worden. Hierna komen de “Nieuwe Hemel en de Nieuwe Aarde” en begint de eeuwigheid. Openbaring 20:3 & 7-15; Openbaring 20 en 22.

Andere varianten

Er zijn in de loop der tijd nog varianten op de bedelingenleer ontstaan. De meest bekende is het 'hyper- of ultra-dispensationalisme'. Deze gaat uit van veel méér bedelingen, waarbij met name in het Nieuwe Testament extra onderverdelingen worden aangebracht (in de Handelingen, brieven van Paulus e.d.).

Het "ultra-dispensationalisme" heeft zijn oorsprong in het werk van E.W. Bullinger (1837-1913). Bullinger werd opgeleid aan het King's College in Londen en was een anglicaans geestelijke. Hij produceerde 77 werken waaronder de "Critical Lexicon and Concordance to the Greek New Testament" en de -redelijk bekende- "Companion Bible". Hij was een geleerde en begaafd musicus. In zijn bedelingenschema plaatste Bullinger twee bedelingen tussen pinksteren en het eind van de gemeentelijke periode. Kenmerkend is dat men de Gemeente (kerk) pas bij Handelingen 28 laat beginnen in plaatst van bij de eerste pinksterdag.

De opvolger van Bullinger was Charles H. Welch uit Londen. Deze 'verfijnde' de leer verder (of: maakte deze meer extreem) en bracht meerdere verdelingen in de bedelingen zoals Bullinger die gedefinieerd had aan. In Amerika was A.E. Knoch, bekend van de "Concordante Vertaling", een verspreider van deze extremere variant. Knoch koppelde daar ook een eigen theologie aan (alverzoeningsvariant) en bracht nóg meer bedelingen aan (hij verdeelde Paulus' bediening in vier bedelingen).

Zie ook:
http://www.scofieldbijbelcollege.nl/

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License