Genesis

Inleiding

Het boek Genesis is het eerste boek van de Bijbel. Het maakt onderdeel uit van de eerste vijf boeken van de Pentateuch. De Pentateuch bestaat uit de volgende vijf boeken Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. In de Joodse traditie worden deze boeken de Tora genoemd.

Genesis is een Grieks woord en betekent "Wording". Het is de titel van het eerste bijbelboek, waarin de wording, de schepping, het ontstaan van de aarde en de mens wordt verteld. De Hebreeuwse titel van het boek is ontleend aan de beginletter van het eerste hoofdstuk: berésjiet. Berechten betekent "in een begin". Een begin waarop God iets creëerde dat voordien nog niet bestond: tijd.

Schrijver

Vanaf ongeveer 450 v.Chr., dat is vanaf de tijd van Ezra en Nehemia werden de boeken van de Pentateuch veronderstelt door Mozes te zijn geschreven. Ze worden daarom ook wel “de vijf boeken van Mozes” genoemd.

Inhoud

Genesis is samen met Exodus een verhalend boek. In de eerste twee hoofdstukken worden vertelt hoe de schepping ontstaat door het machtig spreken van God. Hoe de eerste twee mensen Adam en Eva worden geformeerd als beelddrager van God. Het derde hoofdstuk gaat over de zondeval van de mens. Hoe deze in de Hof van Eden door de slang tot zonde wordt verleidt. Vanaf hoofdstuk 4 tot en met hoofdstuk 11, wordt verhaalt hoe het verder gaat na de zondeval met de mens van Adam tot de torenbouw van Babel. Waarin onder andere ook wordt verteld over de zondvloed.

Vanaf hoofdstuk 12 wordt verhaald over het ontstaan van het volk Israël, wat begint bij Abraham waarmee God een bijzonder verbond sloot. Waarin Abraham wordt beloofd dat uit hem een groot volk zou ontstaan waarmee God zich verbinden zal. Het vervolgt met te verhalen hoe het met Izaak, Jacob en zijn zonen verloopt, hoe uiteindelijk Jacob zich vestigde in het land Egypte met zijn gehele aanhang.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License