Openbaring

De Openbaringen, een boek op schrift gesteld door de Apostel Johannes, is het laatste boek van de Bijbel en bevat -zoals de naam aangeeft- openbaringen en visioenen die Johannes ontving toen hij zich (naar alle waarschijnlijkheid) op het eiland Patmos bevond. Het boek is in het Grieks 'Apocalyps' (= ontsluiering) genoemd.

Hoewel het boek vaak de 'Openbaring(en) van Johannes' wordt genoemd zou, gezien het eerste vers, een andere naam passender zijn geweest: Openbaring van Jezus Christus. Openbaring 1:1

Inleiding

De hervormer Johannes Calvijn noemde de Openbaring eens 'een duister boek'. Hij bedoelde daarmee dat hij het boek niet begreep. Veel mensen weten niet wat ze met het boek aanmoeten; dit heeft onder andere te maken met de theologische visie die men aanhangt.

Een belangrijke vraag is: leggen we Openbaring uit als iets wat reeds gebeurd is of zien wij het als iets wat in de toekomst staat te gebeuren? Deze vraag, en het antwoord hierop, wordt over het algemeen voornamelijk bepaald door de theologische stroming welke we aanhangen. Het is echter, zie verder, vrij eenvoudig om op basis van de historische gegevens de Openbaring juist te dateren en te duiden.

Christelijke gemeenten
Het boek is gericht aan zeven Christelijke gemeenten in Klein-Azië. De Openbaring is (grotendeels) profetisch (zie: Datering). Het beschrijft ondermeer de 'eindtijd' en de wederkomst van Christus Jezus. Ook beschijft het het Duizendjarig Rijk en de eindoverwinning die Jezus zal behalen op de satan en zijn vertegenwoordigers op aarde (de valse profeet, het beest).

Schrijver

Sommigen voeren aan dat de stijl van de Openbaring teveel verschilt met de brieven van Johannes om van zijn hand te zijn. Laten we dan eens goed kijken naar de opdracht die Johannes kreeg! Eérst gaan we naar zijn brieven: dit waren brieven van hemzelf, aan gemeenten/personen waarin hij, door de Heilige Geest geïnspireerd, het Woord van God doorgaf. De Openbaring is een heel ander boek: het is namelijk de rechtstreekse openbaring van de Here Jezus die Johannes op schrift moest stellen.

Datering, profetische inhoud

De datering van de Openbaring is van belang om vast te kunnen stellen of deze door Johannes op schrift is gesteld én of er sprake is van profetie of 'geschiedschrijving' en daarom moeten we er dieper op ingaan.

Degenen die er op staan dat het boek "geschiedenis" is dateren het eigenlijk per definitie vóór het jaar 70 omdat toen Jeruzalem verwoest is en de Tempel verontreinigd en vernietigd was (er waren zelfs varkens geofferd). Dit was tijdens de regering van Nero waaronder ook Christenen zwaar werden vervolgd. Dat is dan één argument pró deze stelling. Daarnaast zijn er enkele verzen die, wanneer je uitgaat van de aanname dat het boek vóór het jaar 70 geschreven is, zodanig verklaard kunnen worden dat de verontreiniging van de Tempel reeds plaatst heeft gevonden. Zij relateren dan verder bijvoorbeeld Openbaringen 20 in dat geval, door het "geestelijk" te zien, aan de Kerk en claimen dat er géén letterlijke vervulling van dergelijke teksten bedoeld is. Het "duizendjarig rijk" zou dan symbolisch moeten worden opgevat als de "periode waarin de Kerk regeert". Er blijven in deze uitleg veel vragen open en gedeelten, om met Calvijn te spreken, "duister". Echte harde argumenten of bewijzen om deze datering te staven zijn er niet.

Aangezien het boek zelf feitelijk géén aanwijzingen geeft moeten we zoeken in andere (betrouwbare) bronnen. Irenaeus, een vroege kerkvader die leefde van 130 - 200 n.Chr., werpt licht op de zaak: hij zegt dat Johannes zijn openbaring schreef "niet lang geleden maar bijna tijdens onze eigen generatie, tegen het einde van de regering van Domitianus". Deze keizer regeerde, en dat weten we natuurlijk vrij precies, van 81 - 96 n.Chr. Het is daarom een redelijke conclusie dat de Apostel Johannes inderdaad de schrijver was én dat hij de Openbaring rond 90 - 96 n.Chr. op schrift heeft gesteld.

De brieven van Johannes zijn, en daar is eigenlijk weinig strijd over, allemaal gedateerd tussen 85 - 96 n.Chr. Uit deze brieven wordt duidelijk dat Johannes steeds de hoop heeft zijn medegelovigen te zien. Hij laat verder niet los waar hij is, maar het toont aan dat hij ergens is waar hij klaarblijkelijk weinig of geen contacten had met de gemeenten. Ook deze brieven zouden daarom op Patmos geschreven kunnen zijn.

Als we de datering van deze brieven zonder slag of stoot in die periode plaatsen -ondanks de zeer geringe aanwijzingen die er voor zijn-, dan kunnen we op basis van de veel stekere bewijzen voor de datering van Openbaringen redelijk zeker stellen dat de Openbaringen inderdaad op schrift gesteld zijn onder de regering van Domitianus, ná de val en verwoesting van Jeruzalem. De conclusie moet dan tevens zijn dat het boek Opebaring (grotendeels) profetisch is, met name vanaf hoofdstuk 4 v.v.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License