Satan

'Satan' is een Hebreeuws woord. Het Griekse woord is 'satanas'. De naam “satan” betekent: aanklager, tegenstander.

Hij is een gevallen engel die in opstand kwam tegen God (zijn Schepper) en in zijn trots en opstandigheid één derde van de engelen met zich mee heeft getrokken. Deze gevallen engelen zijn "demonen".

Satan wordt kracht toegeschreven.
Lu 10:19 Zie, Ik heb u de macht gegeven op slangen en schorpioenen te treden en over alle kracht van de vijand, en niets zal u enige schade toebrengen. Zijn strategie of tactiek is vooral leugen en angst. Hij is gekomen om te stelen, te doden en te vernietigen. (Johannes 10:10)

Jezus kwam om de werken van de duivel te verbreken: "1 Johannes 3:8 Wie de zonde doet, is uit de duivel, want de duivel zondigt van het begin af. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken van de duivel zou verbreken."

Satan probeerde in het Oude testament Job op de proef te stellen, maar dat mislukte, ondanks het feit dat Job al zijn bezit en zijn hele familie verloor. Later probeerde satan de Here Jezus in de woestijn op de proef te stellen (Mattheus 4:1-8). Ook dit mislukte.

Uiteindelijk zal God de satan overwinnen. Hij wordt eerst duizend jaar opgesloten en dan voor korte tijd losgelaten en vervolgens een eeuwige poel van vuur en zwavel geworpen (Openbaring 20).

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License