Statenvertaling

De Van Liesveltvertaling en andere, Nederlandse, vertalingen werden als zo matig beschouwd dat tijdens de Nationale Synode te Dordrecht op 13 november 1618 opdracht werd gegeven een nieuwe, Nederlandse, vertaling te maken gebaseerd op de grondteksten.

Marnix van Sint Aldegonde merktte tijdens de Particuliere Synode van 1562 reeds op over de toen in omloop zijnde, meest populaire, Deuxaesbijbel en andere vertalingen:
Ik houd de gebruikelijke vertaling voor zóó gebrekkig, dat zij een geheel nieuwe bearbeiding eischt. Er moet een nieuw werk komen. Want onder al de vertalingen, die bestaan -ik moet het eerlijk bekennen-, is geen zóó ver verwijderd van de Hebreeuwse waarheid als die van Luther, uit welke gebrekkige Hoogduitsche overzetting onze nog gebrekkiger Nederlandsch-Duitsche is voortgekomen.

Omstreeks 1250 waren de eerste (incomplete) Bijbelvertalingen beschikbaar; de eerste vertalingen betroffen de Evangeliën, omdat daarin het leven van Jezus was beschreven. In 1477 was de eerste complete vertaling van het Oude Testament beschikbaar: de Delftse Bijbel. Voor 'het gewone volk' was er nog de 'Biblia pauperum', een boek waarin het bijbelverhaal in eenvoudige bewoordingen werd verteld en van plaatjes was voorzien: net als de tegenwoordige 'kinderbijbels'. Letterlijk vertaald betekent Biblia pauperum dat het een Bijbel voor de paupers, de armen, was. Maar deze Bijbel was zo duur dat geen arme hem kon betalen. (Zie ook: Koninklijke Bibliotheek).

Tot aan ca. 1600 was er dus nog geen sprake van een goede, voor iedereen leesbare en beschikbare, bijbelvertaling. Op Statenvertaling.Net lezen we:
De ontevredenheid over de Deuxaesbijbel leidde ertoe dat de kerken besloten, de Schrift direct vanuit het Hebreeuws en het Grieks in het Nederlands te laten vertalen, terwijl bij dit werk tevens de beste vertalingen in andere talen zouden worden geraadpleegd. Deze taak zou aan één of twee personen worden toevertrouwd en deputaten van de verschillende provincies zouden vervolgens met de controle op het vertaalwerk worden belast. Overeenkomstig dit besluit werd Marnix van St. Aldegonde als vertaler aangesteld. Na zijn overlijden in 1598 zetten Arnoldus Cornelisz en Wernerus Helmichius zijn werk voort. Na het overlijden van Cornelisz in 1605 werkte Helmichius geheel alleen aan dit enorme karwei verder.

De Nationale Synode nam in 1618 de taak op zich het vertaalwerk af te (laten) ronden en de Staten Generaal werd gevraagd de kosten hiervan te dragen. Dit verzoek werd in 1626 ingewilligd en in 1635 was de Statenvertaling gereed waarna deze in 1637 werd geautoriseerd door de Staten Generaal. De Statenvertaling bleef tot in de 20e eeuw in gebruik, pas in 1951 werd zij vervangen door de NBG-vertaling.

De Statenvertaling is echter in diverse kerken en kringen nog steeds in gebruik. Er zijn ook diverse revisies van gemaakt waarvan de bekendste de editie 1977 is, ook wel "Tukker-vertaling" genoemd. Een nieuwe "hertaling" van de Statenvertaling is, gedeeltelijk, sinds 2004 gepubliceerd en binnen een aantal jaren verwacht men een complete, hertaalde, Statenvertaling beschikbaar te kunnen stellen. De hertaling vindt plaats op initiatief van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond.

Vertaalprincipes
De oorspronkelijke Statenvertaling kende als uitgangspunt dat men vanuit de oorspronkelijke talen een zo nauwkeurig mogelijke vertaling wilde maken. Een opvallend punt echter was dat, ondanks dat de in omloop zijnde vertalingen als "slecht" werden beschouwd met er voor koos "om de ergernis met het oog op al te groote verandering, te vermijden, uit de oude overzetting alles behouden zoude hetwelk, onverminderd de waarheid, zuiverheid en eigenschap der Nederlandsche taal, zal kunnen behouden worden". Met andere woorden: de nieuwe vertaling moest wel zo goed mogelijk bij de bestaande aansluiten, om te voorkomen dat mensen zich uit onvrede over het nieuwe en onbekende tegen invoering van de nieuwe vertaling zouden verzetten!

Daarnaast diende bij het vertaalwerk de vertaling die zo ontstond vergeleken te worden "met de bestaande vertalingen, uitleggingen en korte verklaringen" en ook moest het oordeel "van geleerde mannen in de zwaarste plaatsten" (moeilijk te begrijpen delen) meewegen.

Dit alles heeft er toe geleid dat de Statenvertaling, hoewel een goede vertaling, toch een vertaling was welke "gekleurd" is door onder andere de kerkelijke opvattingen uit die tijd.

Apocriefe boeken
Hoewel de Apocriefe boeken als "slechts menselijke geschriften" en zelfs "verzinsels" werden betiteld werden zij in de (eerste) uitgave(n) van de Statenvertaling wel opgenomen. Om ze duidelijk te onderscheiden werden zij achteraan in de Bijbel geplaatst, ná het Nieuwe Testament.

Externe links:
Statenbijbel Museum
Statenvertaling.net

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License